Activiteit 3. Ecologische voetafdruk.

We bespreken waar we nog grond voor nodig hebben. Aan de term ‘World overshoot day’ wordt inhoud gegeven. Onze voedselproductie heeft daar een groot aandeel in. We benoemen de problemen (niet té diepgaand) die hiermee gepaard gaan. We zoeken naar een oplossing waar we écht iets mee kunnen veranderen.

Totale tijd
65'
Leeftijd
1de graad secundair (12- 14 jaar)
3de graad lager (10-12 jaar)
Ecologische voetafdruk

Motivatie

Na vorige twee activiteiten (en vooral na activiteit 1), weten we dat er te weinig landbouwgrond is voor onze voedselproductie, zelfs al zouden we alle grond gebruiken om voedsel te kweken. Maar dat is net het enige waar we grond voor nodig hebben. Voor alles wat we hebben, van je tandenborstel tot vervoersmiddelen en het huis waarin we wonen heb je grondstoffen nodig. En die komen uit…  juist, de grond!

Eindtermen (Lager)

Wetenschappen en Techniek 

1.6: De leerlingen kunnen illustreren dat de mens de aanwezigheid van 
organismen beïnvloedt; 
1.12: De leerlingen kunnen het verband illustreren tussen de 
leefgewoonten van mensen en het klimaat waarin ze leven; 
1.23: De leerlingen tonen zich in hun gedrag bereid om in de eigen klas en school zorgvuldig om te gaan met afval, energie, papier, voedsel en water;
1.25: De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden uit hun omgeving illustreren dat aan 
milieuproblemen vaak tegengestelde belangen ten grondslag liggen; 
1.26: De leerlingen tonen respect en zorg voor de natuur vanuit het besef dat de mens voor zijn 
levensbehoeften afhankelijk is van het natuurlijk leefmilieu. 
 

Leergebiedoverschrijdende eindtermen (Lager)

ICT 

1: De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren. 
2: De leerlingen gebruiken ICT op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier. 
6: De leerlingen kunnen met behulp van ICT voor hen bestemde digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren. 

LL 

2: De leerlingen kunnen op systematische wijze verschillende informatiebronnen op hun niveau zelfstandig gebruiken. 
3: De leerlingen kunnen op systematische wijze samenhangende informatie (ook andere dan teksten) verwerven en gebruiken. 
4: De leerlingen kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen. 

SV 

1.6 De leerlingen kunnen kritisch zijn en een eigen mening formuleren. 
2. De leerlingen kunnen in functionele situaties een aantal verbale en niet-verbale gespreksconventies naleven. 
 
 
 
 
 

Eindtermen (Middelbaar)

6.1: De leerlingen voeren bewerkingen uit met natuurlijke, gehele en rationale getallen. 
6.4: De leerlingen passen benaderings-, 
afrondings- en schattingstechnieken toe bij het rekenen met getallen. 
6.9: De leerlingen berekenen omtrek en oppervlakte van vlakke figuren en 
oppervlakte en inhoud van ruimtefiguren. 
6.44: De leerlingen gebruiken in wiskundige, natuurwetenschappelijke, 
technologische en 
STEM-contexten gepaste grootheden en eenheden in een correcte weergave. 
6.49: De leerlingen illustreren de wisselwerking tussen STEM-disciplines onderling en met de maatschappij. 
6.50: De leerlingen beargumenteren keuzes die ze maken om een wiskundig, natuurwetenschappelijk, technologisch of STEM-probleem op te lossen. 
 

Eindtermen basisgeletterdheid

BG6.3 De leerling gebruikt maatgetallen en eenheden van grootheden in functionele contexten.  
BG6.5 De leerling berekent omtrek en oppervlakte van een rechthoek in functionele contexten.  
BG6.6 De leerling gebruikt wiskundige verhoudingen in functionele contexten. 
 

Inleiding

Hoeveel grond heeft een mens nodig om te kunnen overleven?
(de leerlingen antwoorden 1200 m2 per persoon, voedselproductie)
Waar gebruiken we nog grond voor? (huizen, fabrieken, straten, …)
Waar komen alle ‘dingen’ die we hebben vandaan? (kleren, speelgoed, auto, … gemaakt in fabrieken)
Waar halen fabrieken dan hun grondstoffen vandaan? ….
 

Fase 1: World overshoot day.

Om alle dingen te maken, eten te bereiden, zaken te vervoeren, … hebben we meer grond nodig dan dus alleen maar landbouwgrond.

Dit fragment kan je best vooraf verduidelijken met een weegschaal (ecologische voetafdruk vs. Biocapaciteit) en het voorbeeld in het fragment met zakgeld.

Hoeveel grond hebben we nodig voor wonen, vervoer, dingen maken, hoeveel bos en water is er nodig om onze uitstoot te zuiveren vs. Hoeveel bos is er, hoeveel water, …

https://www.youtube.com/watch?v=ygzIf-h6jjs

Extra info (Engels) voor de leerkracht:
https://www.overshootday.org

Bespreek met de leerlingen, verduidelijk vragen.
Vermeld de term ‘duurzaam’ (belangrijk woord doorheen alle activiteiten!)
Bespreek eventueel volgende krantenknipsels:
 

Knipsel 1

Knipsel 2

Knipsel 3

Fase 2: Global warming, de aarde warmt op.

Bespreek met de leerlingen kort global warming en wat de oorzaken daarvan zijn.

Waarschijnlijk komt al snel naar boven dat uitlaatgassen de grote boosdoeners zijn.
Vermeld hier dat dit zeker zo is, maar dat dieren ook een gas produceren door het verwerken (herkauwers) van gras. Een misverstand is hier dat het door scheten van koeien en schapen zou gaan, maar het zijn de boeren die hiervoor zorgen.
Het gas (methaan, naast het gekende CO2) is nefast voor onze atmosfeer.

Meer precies absorberen broeikasgassen de warmtestralen van de Aarde, die ontstaan doordat inkomende zonnestralen de Aarde opwarmen. Broeikasgassen vertragen daardoor de snelheid waarmee warmte van de Aarde naar de ruimte ontsnapt. Zonder de aanwezigheid van broeikasgassen in de atmosfeer zou de temperatuur op Aarde gemiddeld 18 graden onder nul zijn. Opwarming ontstaat doordat als gevolg van een verhoging van de broeikasgasconcentratie er meer warmte de atmosfeer binnenkomt dan dat er weggaat.

Knipsel 4

Fase 3: De oplossing naar duurzaamheid?

Welke problemen heeft onze voedselproductie? Laat de kinderen samenvatten wat de problemen in de voorbije activiteiten waren.

Samengevat:

  • Mestoverschot (act. 1)
  • Te weinig plaats (act. 1)
  • Een koe is niet zo duurzaam (8 keer het gewicht van een koe aan voedsel om 1 koe te kweken)
  • We hebben eiwitten nodig in ons dieet (act. 2)
  • World overshoot (act. 3)
  • Global warming (act. 3)


Misschien weet een leerling dat kippen beter presteren, toch moet hiervoor ook soja als voedsel gekweekt worden.

De grote vraag is of er een ander dier bestaat dat dezelfde voedingswaarde heeft, maar tegelijk ook duurzamer is (bijna geen mest, een kleinere ecologische voetafdruk, minder voedsel zelf nodig heeft en weinig plaats nodig heeft?

In de volgende activiteit (na het herhalen van deze vragen) komt het antwoord: de meelworm.


 

Materiaal

Per klas: 

  • Digitaal bord: Afbeelding World overshoot day.

Per leerling: 
 

Groeperingsvormen

Klassikaal (werkvorm mag aangepast worden aan de klassituatie)